Koning noch president

In een volwassen democratie heb je helemaal geen staatshoofd nodig, zo betoogt Gerhard Elferink in dit artikel. Dus ook geen president.

Voor velen is een republiek niets anders dan een monarchie waarin de erfelijke koning is vervangen door een gekozen president. Dat is een onjuiste, veel te eenzijdige, benadering.

Republiek komt van ‘res publica’ dat ‘algemene zaak’ betekent. Het staat voor een staatsvorm die het algemeen belang dient. Niet enkel dat van de aanzienlijken (aristocratie) of de rijken (plutocratie), maar het belang van het gehele volk (democratie). In zo’n republiek heeft het soevereine volk alle macht.

Republiek staat volgens mij gelijk aan democratie en heeft in wezen niets van doen met welk presidentieel systeem dan ook.

President als surrogaatkoning

Toen in veel landen de soevereiniteit van vorsten overging op het volk, heeft men, vastgeroest als men was in oude structuren, niets beters weten te verzinnen dan op de voormalige positie van de vorst simpelweg weer een ander individu neer te zetten, met dat verschil, dat men hem voortaan president noemde en niet voor erfopvolging in aanmerking liet komen.

Een apart – naast parlement en regering functionerend – presidentschap vervangt in feite de ‘Kroon’, met als gevolg dat zo’n president ergens toch weer een surrogaatkoning is!

In een volwassen democratie hebben we noch een koninklijk noch een presidentieel systeem nodig.

Beide systemen, met hun niet te onderschatten autocratische uitstraling, houden naast de volkssoevereiniteit toch weer een andere soevereiniteit, hoe afgezwakt dan ook, in stand. En dat is verkeerd. 

Parlement neemt beslissingen

Het presidium van de Tweede Kamer – de voorzitter en ondervoorzitters bij elkaar (bron)

In een échte representatieve democratie is het parlement, en alléén het parlement, het hoogste orgaan. Het bestuur daarvan, het presidium, geeft leiding aan de wetgevende en controlerende taken van het parlement.

Daarnaast dient het bestuur ook de vorming van regeringen te initiëren en te coördineren en ze afsluitend te installeren.

De voorzitter van de regering, de premier, dient rechtstreeks te worden gekozen.

Het direct kiezen van de premier geeft het electoraat de mogelijkheid het parlement een opdracht mee te geven welk soort regering gewenst is. Op die manier kan het electoraat, als enige soeverein, zijn invloed doen gelden op zowel de uitvoerende als controlerende macht.

Geen sterke man nodig

Om te voorkomen dat veel bevoegdheden, lees macht, in één hand samenkomen, zal ook de gekozen premier geen ‘sterke man’ maar een ‘primus inter pares’ dienen te zijn.

Voor het nemen van beslissingen dient ook de gekozen premier ingebed te zijn in het geheel van parlement en regering.

Indien de direct gekozen premier er niet in slaagt een regering  te vormen die op voldoende steun in het parlement kan rekenen, is het de beurt aan het parlement een nieuwe premier te benoemen. De premier vertegenwoordigt regering en land in alle bestuurlijke zaken.

Franje staatsbezoeken achterhaald

Andere zaken, zoals de meer ceremoniële, worden uitgevoerd door het bestuur van het parlement, waarbij zijn voorzitter al dan niet als staatshoofd kan fungeren. Nodig is het niet. Een democratie kan best zonder.

De ceremoniële taken dienen wel van allerhande poespas te worden ontdaan.

De onzinnige staatsbezoeken, met hun militaire franje, kunnen sowieso worden afgeschaft.

Die dateren immers nog uit de tijd toen afstanden nog écht afstanden waren, en hele landstreken nog het privébezit van bepaalde families.

Eens in de zoveel tijd kwamen vorsten bij elkaar op visite om elkaar te leren kennen, om via het arrangeren van huwelijken hun gebied en macht uit te breiden of territoriale twisten geweldloos bij te leggen.

Nadat zich natiestaten hadden gevormd en de meeste vorsten hun soevereiniteit moesten afstaan, bleven voornoemde bezoeken doorgaan – nu onder de naam van staatsbezoeken – ofschoon alle oorspronkelijke redenen inmiddels waren komen te vervallen.

Natiestaten worden niet meer zomaar groter of kleiner, ze hebben internationaal vastgelegde grenzen, en de macht berust voortaan bij regeringen en parlementen, die ook voor het buitenlandse beleid verantwoordelijk zijn.

Die hebben op hun beurt tegenwoordig een keur aan internationale podia waar ze zowel formeel als informeel met elkaar over van alles en nog wat kunnen onderhandelen, zodat meerdaagse folklore- en eetfestijnen écht niet meer nodig zijn. 

Constitutioneel hof

Naast regering en parlement is het wenselijk een onafhankelijk Constitutioneel Hof te hebben, dat men zich als een samenvoeging van de huidige Eerste Kamer en de Raad van State kan voorstellen. Dit Hof controleert nieuwe wetten en regels op hun al dan niet in strijd zijn met de Grondwet en of ze billijk zijn in de meest ruimste betekenis van het woord.

Daarnaast fungeert het Hof als ‘Ombudsman’ voor alle ingezetenen die klachten over dan wel conflicten met een overheid hebben. In een democratie hebben we op landsniveau aan Parlement, Regering en Constitutioneel Hof écht voldoende!

Bovendien moet dat hele adelgedoe en dito titulatuur radicaal worden afgeschaft. In een democratie is iedereen, zonder uitzonderingen, gelijkwaardig! Dus geen ‘prins van Oranje’ meer, maar meneer van Amsberg.

Wat vind je van het betoog van Gerhard Elferink voor een republiek zonder president? Denk je ook dat een echte representatieve democratie geen staatshoofd nodig heeft? Ben je het met hem eens dat staatsbezoeken met militaire franje achterhaald zijn? Maakt een constitutioneel hof Nederland democratischer? Inhoudelijke reacties zijn meer dan welkom!

Bron afbeelding: Wikimedia

Gerhard Elferink
Vrijdenker en lid van het Republikeins Genootschap

10 REACTIES

  1. Als republikein ben ik het volledig eens met wat er in het stuk van Gerhard Elferink naar voor wordt gebracht. Ik hoop dat het ook zal landen in de hoofden van de niet-republikeinen.

  2. Elferink heeft volkomen gelijk. Je hebt echt nergens een staatshoofd meer voor nodig, niet alleen nu niet meer, maar in vroeger eeuwen ook niet. Elderink vergeet te melden dat tijdens de gehele Republiek de Nederlanden geen staatshoofd hadden. De Raadspensionaris was een functionaris van de Staten-Generaal. Ook de Stadhouder was in dienst van de Staten-Generaal, als Capitein-Generaal over de Staatse Troepen. De soevereiniteit lag noch bij de Raadspensionaris, noch bij de Stadhouder, maar bij de Staten-Generaal. Wanneer een buitenlands staatshoofd bij de Republiek op bezoek kwam, werd hij ontvangen door een Commissie uit de Staten-Generaal. De beide functionarissen werden dan door die commissie aan dat buitenlandse staatshoofd, in die tijd altijd een koning, voorgesteld. Dat de Oranjes toch een aanzienlijke staatsmacht hadden kwam doordat Graaf van dit en Hertog van dat en Heer van zus en me zo waren, en daardoor overal hun eigen mannetjes in de lokale besturen konden benoemen. Ik heb hier jaren geleden al eens een brief gepubliceerd in de NRC. Ik ga eens kijken of ik doe nog terug kan vinden.
    – Een gekozen Premier lijkt me niet zo handig. Wat te doen wanneer iemand op basis van persoonlijke populariteit gekozen wordt, maar hij heeft een te kleine politieke achterban? Maak eerst maar een regeringsplan, en kies daar de premier en de andere ministers bij.

  3. Naar ons gevoel, hebben we nooit koningschap nodig gehad……
    Nep koningschap is erg peperduur, het zou erg fijn zijn, om het af te schaffen….
    Om verspilling te voorkomen, kan het geld voor Nederland, die problemen hebben, kunnen helpen…
    De wereld biedt genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht.

  4. Gerhard Elferink heeft volkomen gelijk, geen staatshoofd die overbodig is, en – inderdaad – een constitutioneel hof. Het (on)zinnige van een monarchie wordt dagelijks aangetoond door de huidige familie die geld verspilt als water en zelf niets, maar dan ook totaal niets zelf bekostigt. Volgende vraag: “Wanneer kunnen we zelf gaan uitmaken wat goed voor ons is?”.

  5. Gerhard Elferink begint zijn artikel zwak met een woordafleiding als een soort bewijs, zoals veel mensen van dominees en pastoors gewend zijn. Alsof de betekenis van woorden vaak mettertijd niet verandert. Wie wel eens in de file staat zal vaak het woord „logistics” op vrachtauto’s zien en zch dan misschien afvragen wat dat woord met woorden als „logica”, „logies” en „logos” te maken heeft. Om maar een voorbeeld te noemen. In de computerwereld wemelt het daarvan.
    Volgens Gerhard Elferink betekent republiek democratie en dient een democratie het algemeen belang.
    Wie naar al die democratieën met hun al dan niet eerlijke verkiezingen kijkt zou volgens mij gemakkelijk kunnen denken dat het een strijd van allen tegen allen is, al of niet gematigd door bepaalde ideologieën.
    Bij algemeen kiesrecht betekent het ook nog dat iedereen kan stemmen, hoe geïnformeerd of ongeïnformeerd (om het daarbij te laten) iemand ook is.
    Gerhard Elferink heeft het nog over representatieve democratie, waar de beslissingen worden genomen door mensen die daar wegens hun veronderstelde kwaliteiten voor gekozen zijn. Susanna Pilosyan wil dat alle maatschappelijk zeer belangrijke kwesties (juist alle maatschappelijk zeer belangrijke kwesties!) via een bindend referendum opgelost worden, alsof we in Nederland geen referendum over het Associatieverdrag met Oekraïne hebben gehad en in Groot-Brittannië over het verlaten van de Europese Unie, met de trucs die tegenstanders daarbij hebben toegepast.
    In Zwitserland worden nog altijd beslissingen per referendum genomen, maar dat betekent niet dat alle Zwitsers daar blij mee zijn. Het is daar zoals dat in democratische systemen gaat: de meerderheid beslist – niet bepaald een intelligent criterium.
    Om maar iets te noemen: in Duitsland zijn in 1933 de Nazi’s via democratische verkiezingen aan de macht gekomen en in de afgelopen jaren Kaczynski in Polen en Orban in Hongarije, om me tot een paar duidelijke gevallen te beperken.
    Churchill zou gezegd hebben dat representatieve democratie geen ideale staatsvorm is maar dat we geen betere hebben. Je moet hoe dan ook blij zijn als het (voor jou) goed gaat. In het ideale geval kan iedereen met de genomen beslissingen leven.
    In theorie kan het leven onder een dictator even goed zijn. Ik heb niet de feitenkennis om te kunnen zeggen dat dat ooit het geval is geweest.
    Om op Gerhard Elferink terug te komen: hij spuit gedachten die hij niet met geschiedenisfeiten in verband brengt. Otto Jongmans geeft meer houvast.
    Er zijn democratische republieken in allerlei soorten en maten, met presidenten met verschillende vormen en hoeveelheden van macht. Hoe werken die uit? Daar had Gerhard Elferink voorbeelden van kunnen geven.
    Hij schrijft losjes: „Toen in veel landen de soevereiniteit van vorsten overging op het volk, heeft men, vastgeroest als men was in oude structuren, niets beters weten te verzinnen dan op de voormalige positie van de vorst simpelweg weer een ander individu neer te zetten…”, in plaats van „Toen in veel landen de soevereiniteit van vorsten zogenaamd overging op het volk, …”.
    Wat was trouwens dat „volk”? Meer dan een hersenspinsel uit oude tijden?
    Wat het resultaat van een machtsstrijd tussen belangengroepen was, vat Gerhard Elferink samen in „vastgeroest als men was in oude structuren, [heeft men] niets beters weten te verzinnen dan op de voormalige positie van de vorst simpelweg weer een ander individu neer te zetten”.
    Ik wil geloven dat „men” bij het afschaffen dan de erfelijke vorst zo gauw geen ander model zag dan hem door een te kiezen president te vervangen, maar waarom hebben 240 jaar na de Franse Revolutie verreweg de meeste grotere bedrijven nog steeds een directeur of president-directeur? In de Franse Revolutie heeft trouwens een Directoire een zekere tijd het gezag uitgeoefend of geprobeerd uit te oefenen.
    Een soort geleidelijke overgang, met horten en stoten, lijkt me trouwens waarschijnlijker dan een erfelijke vorst boem pats vervangen door een gekozen x-manschap van gelijken met een eerste minister als primus inter pares – alsof iemand bij wie alle draadjes samenkomen niet automatsich meer macht heeft dan de anderen.
    Hier laat ik het maar bij.
    Als je als voorstander van een republiek serieus genomen wilt worden moet je je voorstellen wel met de voeten op de grond zetten.
    Bas Moreel
    Stationsstraat 98
    6584 AW Molenhoek
    Telefoon 024 675 77 61
    sebastianjansz@gmail.com

    • Beste hr. Moreel,
      Dank voor uw kritische reactie. Ik heb er niet zoveel verstand van, maar laat toch wat van me horen.
      Voor mij is dit artikel een blikopener. In de zeldzame discussie met royalisten (of monarchisten?) krijg ik wel eens de vraag: moeten we dan steeds een nieuwe president kiezen? Waarop ik dan maar “ja” antwoord. Dit artikel brengt me bij een heldere derde optie.
      Betoogt u dat die derde optie, geen staatshoofd, een mindere keuze is?
      Verder kan ik op uw vraag “waarom hebben 240 jaar na de Franse Revolutie verreweg de meeste grotere bedrijven nog steeds een directeur of president-directeur?” wijdlopig off-topic gaan met het rechtzetten van de drie idealen vrijheid-gelijkheid-broederschap op hun juiste terreinen.
      Ten eerste zou de president-directeur kunnen bestaan uit gewoonte. De praktijk betekent echter niet per se de ideale situatie.
      Ten tweede; er is een fundamenteel verschil tussen de organisatie waartoe iedereen vanzelf behoort, de staat, en organisaties waarvoor je kunt kiezen. Voor de staat hoort iedereen gelijk te zijn. Iedereen heeft rechten, hopelijk dezelfde. Dus GELIJKHEID.
      Bij bedrijven gaat het om capaciteiten die worden ingezet voor een concreet doel.
      Terzijde: Bij een bedrijf is dat doel behoeftebevrediging van derden, anders is het een hobby. Hier geldt het principe van BROEDERSCHAP, in productie en consumptie. Helaas denken veel mensen dat het doel van een bedrijf is, er zelf beter van te worden. Daardoor wordt de bedrijfsvoering gecorrumpeerd, schade afgewenteld op mens en milieu, etc. Helaas zien we bij ‘liberalen’ juist vrijheid in de economie en niet op haar eigenlijke terrein, het culturele/geestesleven. Die Gedanken sind frei!
      Doordat capaciteiten leidend (moeten) zijn in de bedrijfsorganisatie, is een deskundig oordeel belangrijker dan een ‘demo’kratisch of ergazokratisch oordeel. Ook al kan dat deskundige oordeel ook gevormd worden door (sub)groepen van arbeiders. Het meest praktisch is om de dagelijkse leiding te mandateren. Waar het om gaat is dat het doel buiten de deelnemers ligt. Of we zouden de consumenten deel moeten laten uitmaken van de bedrijfsmacht. Plus vertegenwoordigers van milieu en natuur. Plus concullegabedrijven.
      Een andere reden voor het voorkomen van president-directeuren is onze gewoonte van eigendomrecht. Vroeger was de directeur eigenaar van de productiemiddelen, net als de koning ooit eigenaar van het land was.
      Grond is beperkt en voor iedereen nodig. Privé-eigendom van grond meer grond dan je huis zou niet moeten kunnen. Gebruiksrecht is het enige rechtvaardige. Dat geldt ook in enige mate voor productiemiddelen.
      Een associatie van consumenten en producenten zou het gebruiksmandaat aan een ondernemer met capaciteiten kunnen geven. Waarbij het niet vanzelf spreekt dat die ondernemer dan de enige eigenaar wordt van de vruchten van de gezamenlijke arbeid. In plaats van hebzucht zou ook de eer of de lol van het gebruiken van uitzonderlijke capaciteiten voldoende motief kunnen zijn. Waar het om gaat is dat die capaciteiten in individuele VRIJHEID kunnen worden uitgeoefend. Vrijheid is het gebied van de geest, de cultuur, niet het gebied van de economie. Binnen de grenzen die broederlijke productie en consumptie, en gelijke rechten stellen, kan de creativiteit van de gemandateerde ondernemer zich vrij ontplooien.
      Dus:
      vrijheid in de wetenschap, kunst, religie, onderwijs, ondernemerscreativiteit
      gelijkheid in staat en rechtsleven
      broederschap in productie en consumptie.
      Omdat ze overal doorelkaar spelen is dit geen driedeling maar driegeleding.

  6. Het is voor mij als rechtenstudent een soort van ‘must’ om het gedeelte over een constitutioneel hof eventjes aan te kaarten. Allereerst ben ik van mening dat de Eerste Kamer (hierna: EK) in veel opzichten de rechtstaat kan tegenwerken. In de EK zetelen namelijk vooral mensen die een plekje bezitten in het bedrijfsleven. In principe dient de EK te kijken naar de kwaliteit van wetsvoorstellen, maar omdat ze dus belangen hebben in het bedrijfsleven zullen ze dus proberen om ervoor te zorgen dat de wetten gunstig zijn voor hun bedrijven. Een corrupt zooitje dus. Een constitutioneel hof kan dus worden opgericht, maar dan is er nog enige complicatie m.b.t. het verbod op rechtelijke toetsing. Toen ik begon met mijn studie was ik een fervent voorstander van grondwettelijke toetsing, maar nu ik een intiemere kennis heb van het recht moet ik bekennen dat mijn standpunt niet meer hetzelfde is. Het toetsingsverbod garandeert namelijk de onafhankelijkheid van de rechters. Indien een rechter wel wetten aan de grondwet zou mogen toetsen dan is er een politiek element aanwezig en is dus enige democratische legitimatie vereist (althans deze wordt geacht aanwezig te zijn in een democratie). Het is voor het behouden van de rechtstaat van cruciaal belang dat rechters onafhankelijk blijven. Bij zaken omtrent huur lijkt dit wellicht niet zo belangrijk, maar bij zaken zoals die van Wilders (minder Marokkanen zaak) is het belangrijk dat de uitspraak van de rechter losstaat van de politiek. Het is waar dat een constitutioneel hof Nederland democratischer zou maken, maar denk niet dat dit in het geval van het recht iets positiefs is. De democratie kan immers niet voortbestaan zonder de tirannieke werking van de wet.

  7. Volledig eens met dhr. Elferink. Vergeet echter niet de vervlechting tussen het leger en het koningshuis. Immers officieren (bij mijn weten) leggen de eed af aan de koning. En alle oorlogsschepen zijn van de koning (maar betaald wel door de belastingbetaler).;-)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here