Rupsje Nooitgenoeg

Er was eens een rupsje in een heel rijk land. In dat land was ook een regering van heel wijze mensen die hun uiterste best deden om het rupsje steeds genoeg eten te geven, opdat het niet zou weglopen, want het rupsje was erg belangrijk voor hun land; dat vindt het hele volk zeiden ze. Ze wilden het rupsje ook niet in die grote tuinen laten kruipen, want dan zou het kou kunnen vatten of misschien wel opgegeten kunnen worden. Daarom besloten ze het rupsje met zijn vrouwtje en z’n kindjes en hun oma in een paar paleizen te laten wonen met een hoop bewakers er omheen. Maar dat kostte heel veel centjes en die had de regering niet. Daarom besloot ze eerst haar volk uit te knijpen, om te beginnen met de langdurig zieken en de gehandicapten. Die konden voortaan wel door hun familie en hun buren verzorgd worden in onze nieuwe participatiemaatschappij. En daarna al die rijke oudjes met hun grote pensioenen; die konden ook best wat inleveren. Maar wat zielig nu, al die paleizen waren vies; er kropen zelfs zilvervisjes rond over de vloeren en tapijten. Daar werd rupsje helemaal akelig van. Daarom besloot onze goede regering eerst die paleizen schoon te maken en te renoveren voor het luttele bedrag van maar 127 miljoen euro! Er was nog één goed paleis, maar daar kon het rupsje niet meer wonen, want dat paleis zat al vol met al zijn eigen verzorgers, tuinmannen, en zo. En ja, het rupsje kon toch niet even gaan logeren in z’n villaatje in Griekenland, want daar moest eerst nog een hek omheen gebouwd worden. En z’n landgoed in Argentinië was een beetje ver weg, want het rupsje moest soms ook nog werken. Dus werd er besloten een tijdelijk kantoortje voor hem te regelen. Dicht bij huis en dicht bij de regering. Het kon voor een koopje! Kosten slechts 400.000,—euro. Oh, wat waren we allen blij. De leden van de Tweede Kamer, die ons volk vertegenwoordigen, hadden het ook goed gevonden. Ja, wat moesten ze anders? De verkiezingen stonden voor de deur en stel dat hun partijen afgestraft zouden worden, omdat ze tegen gestemd hadden. Dus: Lang Leve Het Rupsje in ons paradijs; gratis eten en drinken, gratis wonen en nog een bescheiden belastingvrij zakcentje toe!

Charles Verstraete
Castricum

Vorig artikelDe kosten van de koning
Volgend artikelRupsje Nooitgenoeg
Floris Müller
Woordvoerder Republikeins Genootschap

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here