De monarchie is helemaal niet zo populair

gepubliceerd op 6 Augustus 2008 in De Volkskrant
De onwil van de politiek om de monarchie ter discussie te stellen, berust op enquêtes van twijfelachtige kwaliteit, betoogt Jack Jan Wirken. Sheila Sitalsing kraakt enkele noten in het debat over de rol en betekenis van de monarchie (Binnenland, 26 juli). Ze bespreekt de wenselijkheid en haalbaarheid van een politiek debat over het monarchale bestel, waarbij ze erop wijst dat er in de Kamer eigenlijk een meerderheid is die, blijkens verkiezings- of beginselprogramma, van een fundamentele discussie over dit onderwerp niet wars zou zijn. De oorverdovende stilte op dit vlak verklaart zij uit het aloude idee van de electorale suïcide. De koningskwestie aan de orde stellen, is spelen met vuur, of beter: spelen met zetels. ‘Uit de jaarlijkse TNS/Nipo-enquête blijkt dat nog altijd 85 procent van de bevolking de monarchie steunt’, aldus Sitalsing. De jubelende resultaten van TNS/Nipo verschijnen traditiegetrouw aan de vooravond van Koninginnedag. Politici grijpen er graag naar om uit te leggen waarom ze democratisering aan de top geen thema vinden. Zo heeft onlangs Agnes Kant nog eens het standpunt van haar partij over de monarchie uitgelegd. De overgrote meerderheid, stelde zij, vindt het koningshuis prachtig. Het thema heeft daarom voor de SP geen prioriteit. Politici vertalen de veronderstelde volkswil door de monarchie tot non-issue uit te roepen, waarbij ze zich gesteund voelen door de resultaten van de TNS/Nipo-enquête. Nooit wordt er bijverteld hoe deze onderzoeksuitkomsten tot stand komen. Hoe de aard van de vraagstelling een bepaald antwoord al op voorhand insluit. Een willekeurig persoon wordt gevraagd of hij de voorkeur geeft aan iets bekends of aan iets nieuws. De voorkeur zal vrijwel altijd het bekende gelden. Bekend is vertrouwd, bekend voorkomt onaangename verrassingen. Een beetje psychologische kennis volstaat om te begrijpen dat het antwoord op de vraag naar een voorkeur voor monarchie of republiek op deze wijze is voorgeprogrammeerd. Staatkundige vernieuwing, toch al geen topprioriteit bij veel respondenten, veronderstelt, om verantwoord bevraagd te worden, een zekere inleiding. Een vraag over de context van kwesties rondom de rol van de monarch. In ieder geval meer dan de simpele binnenkomer ‘Wilt u de monarchie behouden of wilt u de republiek?’, een wijze van vragen die de uitkomst van 85 procent als onvermijdelijk gevolg heeft. Dat een dergelijke vraagstelling automatisch tot een specifieke beantwoording leidt, die niet noodzakelijk de standaardinterpretatie rechtvaardigt, bleek een paar jaar geleden. In de TNS-enquête werd, na bovengenoemde vraag, aan de respondenten hun mening gevraagd over een voorkeur voor een gekozen dan wel een erfelijk staatshoofd. 63 procent gaf aan een gekozen staatshoofd de voorkeur. De kop boven de resultaten: ’85 procent voorstander van de monarchie’, had dus evengoed kunnen luiden: ’63 procent voorstander van de republiek’. In de laatste versie van de TNS/Nipo-vragenlijst is de vraag naar geboorte of verkiezing als meest wenselijke criterium voor de vervulling van de rol van staatshoofd komen te vervallen. Dit wordt gecompenseerd met vragen over andere belangrijke aandachtsvelden. De populariteit van de afzonderlijke leden van het koningshuis bijvoorbeeld. ‘Ook in april 2008 vindt meer dan de helft van de Nederlanders (57 procent) Máxima het meest sympathieke lid van het koningshuis. Haar populariteit is het afgelopen half jaar zelfs nog met 5 procent toegenomen.’ In publieksreacties komen haar blonde haren en haar manier van zwaaien veelvuldig als mogelijke oorzaak van deze overweldigende geliefdheid voorbij. Haar toegenomen marktaandeel vergt natuurlijk slachtoffers. Laurentien duikelt in de toptien naar de vierde plaats (van 6 naar 3 procent) op de hielen gezeten door Amalia die door 2 procent het meest sympathiek gevonden wordt. Twijfel over de wetenschappelijke kwaliteit van dit soort enquêtes en over de klakkeloze manier waarop de resultaten door politici en journalisten worden overgenomen, voedde de wens om een keer met een andersoortig onderzoek de bovengenoemde ‘onderzoeksresultaten’ van een kanttekening te voorzien. Najaar 2007 was het zover. De door het Amsterdams Historisch Museum georganiseerde expositie over de relatie tussen Amsterdam en de Oranjes bood een aanleiding om de dienst Onderzoek en Statistiek (O+S) van de gemeente Amsterdam te benaderen met de vraag of de opvattingen van de Amsterdammer over de monarchie gepeild konden worden. Dat daarbij de vraagstelling niet volgens de boven besproken patronen zou verlopen, was vanzelfsprekend een van de uitgangspunten. En de resultaten wijken, zoals te verwachten was, sterk af van de resultaten van onderzoeksbureaus als TNS/NIPO. Zo is 58 procent van de respondenten het oneens met de rol die het koningshuis thans vervult. De stelling dat iedere politieke bestuurder verkiesbaar dient te zijn, wordt door 49 procent onderschreven; 29 procent is het hier niet mee eens. Van de ondervraagden meent 35 procent dat de politieke rol van de monarch moet verdwijnen. En 23 procent meent dat de monarchie in zijn geheel moet worden afgeschaft. De Amsterdamse respondenten in het O+S onderzoek zijn wellicht niet representatief voor heel Nederland. Ook ging een deel van de vragen over situaties die de hoofdstadbewoner specifiek raken. Maar een belangrijker verklaring van het verschil tussen de bevindingen van dit onderzoek en van andere enquêtes lijkt toch de opbouw van het vragenformulier te zijn. Een onderdeel van een vragenlijst die begint met het meten van voorkeuren voor direct of indirect gekozen politici – burgemeester, minister-president en staatshoofd – resulteert uiteraard in iets anders dan het rauwelijks vragen naar de voorkeur voor het bestaande, de monarchale regeringsvorm, of naar iets nieuws. Het resultaat van het O+S onderzoek werpt een nieuw licht op de bevindingen van de andere onderzoeksbureaus waaruit politici en journalisten zo gretig putten. Maar of daarmee de mantra van elkaar nazeggende volksvertegenwoordigers en opinieleiders – ‘Kom niet aan de monarchie want ze zijn zo populair’ – doorbroken kan worden, is allesbehalve zeker. Er zijn genoeg feiten die de mythe van de immense populariteit van de monarchie ontzenuwen. Het winnen van de publiciteitsslag is een ander verhaal. Wilt u dit artikel doorsturen? Download hier het originele krantenartikel (PDF, 316 Kb). Lees hier het antwoord van Marcel Maassen en Tom van der Horst van TNS/NIPO (PDF, 61 Kb).

Eigenbelang

Wat hééft de majesteit gelijk, want de leugen regeert inderdaad. En ze weet het als geen ander. Of haar destijdse uitspraak een ‘slip of the tongue’ was of een verongelijkte reactie op een situatie, laat ik in het midden; aan meer leugens is geen behoefte.
Zíj weet wel beter.

Eigenbelang

Voor de majesteit is het een gegeven dat het volk zich graag met een kluitje in het riet laat sturen, vooral als het gaat om het koninklijke vertoon. Een publiekelijk optreden, wat minzaam wuiven en kijk, het volk is bijkans hysterisch, zwaait met vlaggetjes en uit luide vreugdekreten bij zoveel koninklijk theater. Als kinderen zo blij met de verschijning van de door god uitverkoren majesteit, die met zijn hulp – zo waarlijk helpe mij god almachtig – zo uitzonderlijk goed het land regeert en zo liefdevol voor de mensen zorgt.
Zíj weten helaas niet beter.

In mijn fantasie zie ik hoe de majesteit na zo’n zwaaiklus naar het gepeupel weer thuis komt, de pumps uitschopt, het koninklijke kapsel wegspoelt en zich bij een glas wijn eens lekker op ‘t hoofd schurkt; gelukkig, dat zit er ook weer op. En heerlijk, we zijn weer ónder ons.
Tja, je moet wel wat doen voor die euro’s die elke maand op je girorekening worden bijgeschreven.
Net zoals u en ik.

Simplistisch gezegd zou gesteld kunnen worden dat de majesteit in dienst is van het volk omdat datzelfde volk haar salaris betaalt, via de belastingheffingconstructie. Tot zover geen verschil tussen de burger en de majesteit; beide partijen verrichten inspanningen en worden daarvoor beloond. De ene partij weliswaar via een publiekelijk overeengekomen CAO, de andere partij via verborgen constructies en geheime afspraken.

Het gevolg is dat de eerste partij, de belastingbetalende burger, niet weet waar hij aan toe is, zich bedonderd en belogen voelt door het stiekeme gedoe en in opstand komt. De tweede partij heeft er alle belang bij dat alle inkomsten en vooral alle revenuen voortvloeiend uit geheime overeenkomsten en afspraken verborgen blijven, vermoedelijk wel aanvoelende dat er grenzen zijn aan de liefde van de burger voor de familie.

De beerput moet vooral gesloten blijven, het volk moet, mág niet weten hoe vaak wie op kosten van de gemeenschap elders in de wereld heeft geshopt of vrienden bezocht, hoe hoog de opbrengsten van het kroondomein voor de familie zijn en hoe hoog de onderhoudskosten ervan voor de belastingbetaler; waarom de familie gratis in de paleizen woont, waarom de belastingbetaler het onderhoud betaalt en waarom de paleizen worden geschonken aan de familie als de monarchie wordt opgeheven. Enzovoort, enzovoort.

Naast volledige openheid over de financiële zaken aangaande de familie moeten eveneens alle afspraken en overeenkomsten die de staat Nederland en de familie ooit hebben gemaakt openbaar worden gemaakt; elke burger moet kennis kunnen nemen van de inhoud en vooral van de consequenties.

Daar heeft het volk als belastingbetaler recht op.

Amsterdam kritisch over de monarchie

Jack Jan Wirken
Het artikel van Jan Hoedeman (Voorkant, 10 maart) opent met de vraag hoe koningsgezind Amsterdam is. Tot voor kort was die vraag puur retorisch. Maar nu niet meer. In de aanloop naar de opening van de expositie Amsterdam en de Oranjes in het Amsterdams Historisch Museum werden de resultaten bekend van een door de dienst Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam uitgevoerd onderzoek naar de opvattingen van de Amsterdammers over de monarchie.
Die resultaten waren verrassend.

Zo is 58% van de Amsterdammers het oneens met de rol die het koningshuis thans vervult, vindt 35 procent dat de politieke rol van de monarch moet verdwijnen en wil 23% de monarchie in zijn geheel afgeschaft zien. Eerder verschenen landelijke enquêtes werden meestal uitgelegd als massale steun voor de monarchie. Dat lag sterk aan de vraagstelling.

Als een respondent gevraagd wordt of hij het bestaande wil of iets nieuws, is de steun voor het bestaande een gegeven. Daarom wekt het geen verbazing dat op de vraag: ‘Wilt u demonarchie of een andere regeringsvorm?’ stelselmatig zo’n 80% antwoordt aan de monarchie de voorkeur te geven. Politici, die ervan uitgaan dat het ter discussie stellen van de monarchie gelijk staat aan electorale suïcide, gebruiken deze uitkomsten om de juistheid van hun gecommiteerdheid aan de volkswens – het niet ter discussie stellen van de monarchie – te onderstrepen. Dat het ook anders kan, bewijst het onderzoek van bureau O&S in opdracht van het Nieuw Republikeins Genootschap. Hoedeman noemt voorbeelden van de gespannen verhouding tussen de Oranjes en de hoofdstad, en eindigt met de constatering dat er inmiddels twee republikeinse genootschappen actief zijn. Het voorbijgaan aan de enquêteresultaten, die voor het eerst antwoord geven op de in de aanhef gestelde vraag, is een gemiste kans.

De auteur is voorzitter van het Nieuw Republikeins Genootschap.

Wilt u dit artikel doorsturen? Download hier het originele krantenartikel (PDF, 234 Kb).

De kantélen kantelen

0

paleishek
Meer en meer krijgen mensen genoeg van de koninklijke soap en de ondemocratische monarchie. Men ergert zich aan de uitspraken en de kritiek van de majesteit, aan het gedoe in de familie, aan de schimmigheid (geheim wekelijks overleg tussen de minister-president en de majesteit), aan het onbehoorlijke gedrag c.q. toe-eigenen van privileges door de nieuwbakken prinsessen (het regeringsvliegtuig gebruiken om elders in Europa te shoppen), de bemoeizucht van de majesteit in regeringszaken, de met mysterie omgeven kosten van het koninklijk huis en recentelijk de betuttelende tekst over verdraagzaamheid en respect in de kersttoespraak – tot op heden is zij blijkbaar nog niet op straat voor hoer uitgemaakt of in haar gezicht gespuwd.

De weerzin tegen de monarchie groeit gestaag en het kan dan ook niet uitblijven dat de kritiek wordt uitgesproken; niet meer alleen tijdens de verjaardagfeestjes en in onderlinge gesprekken maar ook in de media. Zelfs in De Telegraaf, bij uitstek het lijfblad van en voor de koningsgezinden, bleek uit de rubriek ‘stelling van de dag – Koningin Beatrix moet staatshoofd blijven’ op 8 januari jl. dat 52 procent van de mensen het daarmee oneens was en vindt dat de vorstin geen lid meer moet zijn van de regering en alleen nog maar ceremoniële taken mag uitvoeren. Zij zien de constitutionele monarchie als een ‘fossiel instituut’. Einde citaat.

Steeds meer mensen doorzien het sprookje en de onbenulligheid ervan.
Zoals Youp van ’t Hek in 2001 in NRC Handelsblad al schreef: ‘Ze [de majesteit] is volgens afspraak een keurige spek-en-bonen mevrouw, niks meer en niks minder en iedereen die onder de indruk is van deze poppenkast is een uilskuiken’.

Als de ogen open gaan en de kritiek op de monarchie manifest wordt is het een logisch gevolg dat nagedacht wordt over een alternatief, en kijkend naar andere landen in Europa blijkt dat een land ook zonder monarchie uitstekend functioneert.
Een republiek met een gekozen staatshoofd dat naast zijn of haar functie de enkele ceremoniële verplichtingen vervult, en dat bij binnenlandse rampen op inlevende wijze zijn of haar meeleven toont; voor dit soort klusjes hoeft geen majesteit in stand te worden gehouden.

Het wordt tijd om na 170 jaar monarchie in Nederland weer terug te keren naar de oorspronkelijke staatsvorm: de republiek.

Hoog tijd.

Zorreguieta bij doop Ariane

0

Op 20 oktober was Jorge Zorreguieta te gast bij de doop van prinses Ariane. Volgens het parlement was zijn aanwezigheid een privézaak van de Oranjes. Er was een 25-tal demonstranten aanwezig van H.I.J.O.S., Noticias en het NRG.

Om u een idee te geven hoe de media de werkelijkheid manipuleert om het Oranjesprookje te handhaven, kunt u hier twee opnames vergelijken:

Voor alle duidelijkheid, wij hebben het geluid zoals wij dat op hetzelfde moment opnamen erbij gemonteerd. Aanvankelijk toonde het TV-programma ‘De leugen regeert’ zeer veel interesse, maar die zijn plotseling en om onduidelijke redenen teruggefloten. Mogelijk regeert ook de leugen over het gelijknamige programma: als reden gaf men namelijk op dat “RTL niet wenste mee te werken…”.

Conferentie Monarchieën in de EU

0

[imgright]jackjan_small (1).jpg[/imgright]
‘Beatrix heeft hier gestudeerd, evenals Willem Alexander’ en de conferentie vindt plaats aan ‘een universiteit die begon met een gift van Willem van Oranje’, aldus de voorzitter van de Leidse universiteit, Paul van der HeijdenPaul van der Heijden. Daarmee leek hij de deelnemers aan het congres over de betekenis van de monarchie in relatie tot het Europese eenwordingsproces op een paradox te wijzen. Het is inderdaad niet gespeend van een zekere ironie dat de conformistische, bij vlagen hagiografische, conferentie, gewijd aan het 25-jarig regeringsjubileum van Beatrix in 2005, in Groningen plaatsvond terwijl de meer kritische benadering van het fenomeen van de laatste vorstenhuizen in een veranderend Europa, de insteek van de conferentie EU Monarchies in perspective, juist in Leiden zijn plek vindt. Juist aan de universiteit die niet alleen verbonden is met de eredoctoraten voor de Oranjes (als in de Singerreclame; moeder, dochter en straks ook zoon) maar die ook als een kloek waakt over de afstudeerscriptie van de kroonprins. De universiteit waarvan een medewerker van de juridische faculteit zei eigenlijk wel blij te zijn met het feit dat Willem Alexander, in weerwil van de traditie, besloten had geschiedenis te gaan studeren omdat nu hiermee onomstotelijk was komen vast te staan dat rechten niet de makkelijkste studie was. Aan die universiteit dus toog op vrijdag 19 oktober een zestigtal wetenschappers en republikeinen aan het werk om de stand van zaken rond de overgebleven koningen en koninginnen in kaart te brengen. Was er sprake van de laatste stuiptrekkingen van een zieltogend en tot het bot versleten systeem? Of moest er gedacht worden aan een krachtig en onontbeerlijk symbool van nationale identiteit in een naar assimilatie neigende Europese eenheid?

Ulli Jessurun ‘d Oliveira
Ulli Jessurun ‘d Oliveira – lid van het RG en ridder in de orde van Oranje Nassau, zoals hij door Van der Heijden werd geïntroduceerd, beet als dagvoorzitter het spits af. De verhoudingen keren zich in ongunstige zin voor de monarchieën. In ’57 bij de start van de EEG waren drie van de zes oprichters een monarchie. Thans gaat het om zeven van de zevenentwintig lidstaten. De soevereiniteit wordt daarbinnen bovendien als minder zwaarwegend ervaren. En zonder soevereiniteit is er weinig reden om erg te hangen aan de belichaming van die hoogste macht. Je ziet dit als het ware weerspiegeld, aldus d’Oliveira, in de portemonee. Een inventarisatie van zijn muntgeld die ochtend (zes keer Beatrix, drie keer Albert, zeven keer Marianne) toont een erosie, een vervaging van de regalia, waar overigens niet alleen de EU debet aan is. Het is een proces dat al veel eerder inzette en dat het helderst in beeld komt bij een vergelijking van de kaart van Europa rond de wisseling van de 19e naar de 20e eeuw, toen het nog wemelde van koning- en keizerrijken, met de situatie een eeuw later waar, zoals al gezegd, er van al die rijken, Vaticaan, Andorra en Monaco even niet meegerekend, er nog welgeteld zeven over zijn gebleven.

Tom Eijsbouts
Over de richting waarin deze overgebleven vorstenhuizen zich zouden kunnen bewegen, althans waarin Nederlandse koningshuis dat zou kunnen doen, ging de lezing van Tom Eijsbouts, (Europees constitutioneel recht, Universiteit van Amsterdam). Zoals vogels de storm voorvoelen, zo voorvoelen monarchen een bedreiging van hun soevereiniteit. In de hoedanigheid van Beatrix (voor de mensen die pdf met de beelden van de conferentie op deze pagina bekijken; het kroontje uit de feestartikelenwinkel staat dus ergens voor!) weidde hij vervolgens uit over de verschillende denkbare argumentatiepatronen. Het sociologische patroon bijvoorbeeld, waarin het conflict tussen de gebroeders De Witt en Stadhouder Willem III een plaats kreeg, alsmede Maxima’s WRR-lezing en de relativering dan wel kleinering van de vrees om identiteitsverlies.

Henk te Velde
Sociologisch zou ook de waarneming genoemd kunnen worden waarmee Henk te Velde, (geschiedenis Universiteit Leiden) zijn betoog begon. Hij haalde herinneringen op aan zijn optreden op de eerder genoemde Groningse conferentie waar hij getuige was van de vreemde verbroederende werking die de aanwezigheid van de majesteit heeft op vrijwel allen. In de anti-chambre voor zijn optreden merkte hij, tot zijn verbazing, door een ex-minister van buitenlandse zaken met zijn voornaam te worden aangesproken. Hij benadrukte ook hoe moeilijk het is om als wetenschapper met een zekere distantie onderzoek naar het fenomeen monarchie te verrichten. Het veld is verdeeld tussen onderzoekers met een kritische benadering en supporters van het systeem. De kwalificatie van Beatrix als “bondgenoot in de strijd tegen het post-Fortuyn populisme” die de koningin in Groningen ten deel viel, levert een mooi voorbeeld. Wetenschappelijke distantie dus is het devies. En daartoe wordt een verdeling gemaakt, een periodisering waarbij opvallend is hoe, per periode, de positie van de monarch verschuift van een oppositionele rol tegenover de opkomende burgerij naar een houding die gekenmerkt wordt door constitutionele inbedding en een verstandhouding ten opzichte van het parlement. Die overgang is bevochten. De politici die in het midden van de 19e eeuw in een constitutionele machtsstrijd verwikkeld waren hebben de versterking van hun positie niet in de schoot geworpen gekregen. En de spanning tussen de eisen van een parlementaire democratie en monarchale macht heeft zich ook nadien doen gelden. Wilhelmina’s moeite met het parlement en haar streven naar een klein machtscentrum rond de kroon is legendarisch. De waardering voor haar rol in de oorlog verhindert een al te kritische evaluatie op dit punt. Een politicus als Drees stelde dat monarchieën als de Britse en de Nederlandse democratischer zijn dan Frankrijk. Een beeld dat bij sympathisanten van de monarchie veelvuldig wordt gebruikt. Maar eigenlijk, aldus Te Velde, is in de laatste decennia elke monarch, met uitzondering van Juan Carlos (zijn rol bij het onderdrukken van de putsch in ’81), irrelevant geworden.

Adam Tomkins
Adam Tomkins (publiek recht Universiteit van Glasgow, bracht een nadrukkelijker politieke dimensie in het spel. Elisabeth II is, in tegenspraak tot wat sommige supporters van het bestel ons willen doen geloven, wel degelijk machtig. Het gaat daarbij zowel om de constitutioneel vastgelegde machtsbasis als om de invloed. Benoeming van de minister president, ontslag van de regering, ontbinding van het parlement en de weigering een wet te ondertekenen, – het maakt allemaal deel uit van het arsenaal van mogelijkheden. Het gaat om zeer vergaande bevoegdheden die in belangrijke mate tot het staatsrechtelijke gewoonterecht behoren. En deze macht wordt vervolgens gedeeld met de regering, reden waarom regeringsleiders, Blair was daar een voorbeeld van, zo gericht zijn op behoud van de status quo. De prerogatieven van de kroon zijn aldus de prerogatieven – denk aan benoemingen, het verlenen van titels, het inzetten van het leger – van de regering. Het parlement heeft dit nooit gelegitimeerd, anders zouden er checks and balances in de besluitvormingsprocessen zijn ingebouwd. Nu kon, onder de werking van dat koninklijk prerogatief, Thatcher ongehinderd de vakbonden muilkorven en Blair zonder veel tegenspraak Engelse troepen naar Irak sturen. De roep om beëindiging van de monarchale macht is dus niets minder dan een roep om de uitvoerende macht te onderwerpen aan democratische controle.

Joachim Nergelius
De Zweedse situatie werd belicht door Joachim Nergelius, hoogleraar in Örebro, Zweden. De opening stelde de onoverbrugbare kloof aan de orde tussen het egalitaristisch ingestelde Zweedse volk en het elitairistische van de monarchie. Een tegenstelling die nooit op de spits is gedreven en die, van zijn laatste revolutionaire momentum is ontdaan in het historische compromis uit 1971 waarin het voortbestaan van de Zweedse monarchie tot non-issue werd uitgeroepen. Dat betekent niet dat de Zweedse vorst altijd zo onomstreden is als Jeroen Snel het wil doen voorkomen. Zo veroorloofde de koning het zich in 2004 om een stevig compliment te maken aan de sultan van Brunei voor de vriendelijke en open uitstraling die hij zijn land gegeven had. Maar de commotie die dit opriep werd een jaar later met een goedgevallen toespraak ter herdenking van de Tsunami-slachtoffers goed gemaakt. In het Zweedse parlement gaat het om hooguit 20 republikeinen, de steun voor het vorstenhuis is blijkens opiniepeilingen 70%, dus waar hebben we het over, lijkt Nergelius te willen stellen, daarbij een antwoord op de eerder geconstateerde tegenstrijdigheid in het midden latend.

Mark van den Wijngaert
Mark van den Wijngaert (moderne geschiedenis, Katholieke Universiteit Brussel) had met de Belgische constitutionele problemen op de achtergrond een hoop uit te leggen. De rol van de koning in het formatieproces is bescheiden geweest, zo stelde hij en hij besteedde vervolgens aandacht aan een paar highlights van het Belgische koningsschap zoals de rol van Leopold in Congo, die van Albert I bij het referendum in ’50 en die van Boudewijn bij de crisis rond de abortuswetgeving in ’90.

<strong data-lazy-src=

Den Uyl lacht in de olmen

0

Fries de Vries
Het zal u niet ontgaan zijn: voormalig premier Joop den Uyl veegde andermaal een corruptie-affaire van Bernhard onder het tapijt en “redde” daarmee de monarchie. Dat wil zeggen, de Oranje-Operette kon dankzij hem nog even langer doorpruttelen.

In ons archief is nog meer materiaal te vinden. Mocht u nog twijfelen of corruptie aan het Hof incidenteel of structureel is, zoek dan ook eens op “BAE” (Europa’s grootste wapenleverancier). Het zal u niet verbazen.

Northrop, Lockheed etc etc revisited

hij snelde de wereld rond, by car, by boat, by plane
onze import – Pruis, onze listige prinsgemaal
likte het ijzeren kruis, onze IG-Farbenman van staal
de bruine vriend vloog met de hoofdprijs heen

die het Hof hem bood, in ruil voor zaad en totempaal
zijn Führer greep de macht, hij oogstte kapitaal
de waarheid zoog hij waardig uit zijn dikke duim
hij zaaide buiten het bed, wierf orders met een fluim

voor het land, voor eigen zak en duistere zaakjes
in zijn meerjarenplan stelde hij zich wat taakjes

een dealtje voor een fooi van de luchtvaartgiganten
kisten voor Defensie met haar politieke olifanten

O Vorstin, de leugen regeert, de koningin te rijk
een wijze rode vogel redde ‘t wankele koninkrijk