COLUMN: Het schaap en de anarchisten

“Hij is écht slim”. Nog voor het nationaal uitgezonden interview met Willem Alexander begonnen is, weet een van de anderen rondom de televisie te vertellen dat ons staatshoofd over een bovengemiddelde intelligentie beschikt. “Waarom is dat?”, vraag ik. “Dat denk ik gewoon” antwoordt het schaap “… hij is wél overal bij. Daar leer je toch heel veel van.”

Enkele minuten later ploegt de koning zich door zijn eerste door de RVD-geregisseerde volzinnen. Tijd voor discussie met mijn opponenten om mij heen, denk ik. “Is dit hele gebeuren niet uit de tijd,…”, begin ik. “Ssssst”, klinkt het om mij heen.
Het publiek om mij heen vanavond is niets minder dan de harde kern, zo lijkt het. Koningshuisfans. Niet bereid tot enige overpeinzing.

In zijn jeugd zou de oranjeman serieus getwijfeld hebben over ‘aanvaarding van het koningschap’. “Wat een opoffering dat hij het tóch maar even gedaan heeft”, sis ik. “We mogen wel dankbaar zijn dat de beste man zich ondanks alles – lees: een gage van krap 9 ton belastingvrij, eindeloos gebruik van staatsonderhouden paleizen, boten en vliegtuigen en een hele serie snoepreisjes – bereid is het ongekozen leiderschap van ons land op zich te nemen.” Met handgebaren word ik wederom tot stilte gemaand: “Dat kan je niet zeggen! Hij is wel de Ko-ning!” De kliek wil niet verder in gesprek. Einde discussie.
Ik besluit het feestje te verlaten, hopende in Tilburg vroeg in de ochtend een waardevoller debat te kunnen hebben.

Tilburg
Iets na achten sta ik aldus met hernieuwde energie op Amsterdam Amstel. Nog 2 uur, dan arriveer ik in Brabant. Nét voor Willem Alexander, enkele haltes verdere.
Naast mij op het perron parkeert een groep in leer gehulde jongeren. Hanenkammen, kisten en shawls met daarop hun herkenbare A-status. Medestanders?

“Gaan jullie ook naar het Zuiden? Naar Tilburg?”. Eén uit het rebellenclubje kijkt op, “nee? Wat is daar dan te doen?”. “… Koningsdag?”. Ik klink als een huismoeder die haar kroost voor het eerst inwijdt in het Oranjesprookje. Het verhaal echter slaat niet aan. Ze hebben er gewoon geen zin in. “Wat moeten we doen dan?”

De geboren demonstrant pakt zijn fiets en glimlacht: “we willen de drukte een beetje vermijden. We hebben een lange tocht gepland op het platteland,…” “Maar,… Het koningshuis, wat vinden jullie daar van?”, probeer ik nog. De anarchist glimlacht weer: “ach,…”

Zijn houding is tekenend.

Onderzoek
Uit onderzoek blijkt dat de meerderheid in ons land ‘geen mening heeft over de monarchie’. Deze ‘zwijgende’ 55% zegt eigenlijk over onvoldoende kennis en argumenten te beschikken om een waardevol oordeel te kunnen vellen.

Een kleine minderheid van enkele honderdduizenden Nederlanders, waaronder mijn anarchistenvrienden, noemt zich Republikein. In Tilburg en de rest van het land is van die groep maar weinig te zien. En dat stelt teleur.

Als de uitgesproken minderheid zich niet uitspreekt, blijven de onwetenden onwetend. En overleeft de monarchie en het slappe verhaal over de overwegingen van de koning. Een gemiste kans.