NRG logo

Menu:

Beleid en Strategie

I. Inleiding

Het NRG groeit. Zoveel mensen, zoveel wensen. Om ideologisch houvast en enigszins sturing te kunnen bieden aan de gestaag groeiende groep Nederlanders die van mening is dat het monarchale regeringsstelsel nodig aan vervanging toe is, is dit document geschreven. Het is generiek en organisch van opzet, opzettelijk algemeen en abstract geformuleerd, geleidelijk echter strikter als het om absolute grenzen van het toelaatbare gaat. Uiteindelijk zal dit een ideologische afbakening moeten worden waarin een algemene gedragscode besloten ligt.

Het is bedoeld als aanzet, om precies te zijn in drie stappen. In de eerste plaats als discussiestuk binnen het landelijk bestuur dat zich hier in grote lijnen in moet kunnen vinden. In de tweede plaats zal dit stuk - in aangepaste vorm - de afdelingen worden voorgelegd. Ruimte voor verschil geldt als noodzakelijke voorwaarde, de behoefte aan duidelijkheid voor beide zijden ligt voor beide partijen dan in het verschiet. Ten slotte, in de derde plaats, zal dit (tegen die tijd sterk geëvolueerde) stuk aan de leden voorgelegd worden en als organisch geheel principieel nooit af komen. Alle afzonderlijke gedachtes en ideeën staan altijd ter discussie, zij het binnen bestuurlijk bepaalde grenzen. Nooit af? Tot de monarchie valt.

II. Attitude & Sfeer

Het NRG geeft gestalte aan een centrale gedachte waarbij de huidige monarchale regeringsvorm ter discussie wordt gesteld. In beginsel zijn daarbij het gesproken en geschreven woord de enige geoorloofde middelen. Het Genootschap is nadrukkelijk niet militant in fysieke betekenis; deelname aan dergelijke uitdrukkingen van onvrede met het heersende regeringssysteem zijn uitgesloten. Niet mis te verstaan zijn de woorden van onze voorzitter "het NRG kan mij niet salonfähig genoeg zijn". Het NRG draagt een nadrukkelijk intellectualistisch signatuur, waarbij het publiek zich veilig weet: rustig en consistent, uitdagend en soms enigszins provocerend.

Een grote opgave zal zijn het NRG een duidelijke plaats te geven in het totale republikeinse landschap. Voor de buitenstaander wemelt het van de 'nieuwen', 'Bonapartisten', 'Platformen' en wat dies al meer zij. De identiteit van het NRG wordt ontleend aan rust, consistentie en aanwezigheid. Hoewel het soms zeer verleidelijk is te schreeuwen, doet het NRG dat niet. Nooit.

Het Genootschap richt zijn pijlen op de monarchie en haar vertegenwoordigers in functie, nooit op andere genoot- of gezelschappen. Als het moment daar is zullen we elkander wellicht hard nodig hebben. Het NRG ziet zich als de leverancier van de politiek-ideologische basis; op het moment van de Grote Omwenteling zullen onze collega's de straat opgaan.

III. Doelgroep, werving
In grote lijnen laten zich twee soorten motieven onderscheiden die het publiek zich er toe doen bewegen zich bij het NRG aan te sluiten.

  1. In de eerste plaats is dat het politiek-principiële. Deze groep zal door het Genootschap aangesproken worden op de archaïsche politieke aspecten van het koningschap. Wij vermoeden dat - een enkele uitzondering daargelaten - deze groep vrijwel de gehele Nederlandse bevolking betreft. Als zodanig staat Nederland ook bekend als een 'Republiek onder koningschap',- zelfs leden van het Koninklijk Huis erkennen deze collectieve mentaliteit van de doorsnee Nederlander.

    Dit is wellicht de grootste visvijver voor het NRG. Via een proces van geleidelijke bewustmaking, door middel van publicaties en openbaar optreden, beoogt het NRG leden uit deze groep te winnen. De taal is helder doch abstract. Druppelbevloeiing. Langzaam, waggelend, struikelend stevent het Genootschap op zijn doel af: de Republiek. De overtuiging dat deze moderne regeringsvorm pas daadwerkelijk bewerkstelligd kan worden na een proces van vele jaren lobbyen en discussiëren maant tot bescheidenheid. Tussendoelen worden gedefinieerd, zoals onderschrijving van het republikeins gedachtegoed op kieslijsten en/of zelfs de afschaffing van de Eerste Kamer, verschaffen het NRG politiek houvast.

  2. In de tweede plaats is er het persoonlijk-scandaleuze motief. Dit baseert zich op aspecten van het Koningschap waarin het individu zich persoonlijk onrecht voelt aangedaan. Deze aspecten betreffen meer de uitvoering van het Koninklijk ambt met bijbehorende prerogatieven dan het politiek ondemocratische beginsel. Hier hoeft het Genootschap in wezen niets anders te doen dan 'er te zijn'. Op momenten dat het systeem zichzelf (Beatrix: "zechzalf") verder uitholt, hoeft het NRG het publiek nergens anders op te attenderen dan louter zijn bestaan. Eenmaal op dit punt beland onderneemt het NRG dan ook nauwelijks of zelfs geen enkele actie. De onvrede is legitiem, het individu heeft een ideologisch thuis gevonden waar via het schandaal de weg wordt omgeleid naar het sociaal-politieke beginsel. Het NRG argumenteert derhalve nimmer ad hominem. Trefwoorden zoals 'kosten' en 'schandalen' van en rondom het koningshuis worden erkend, met mate bekritiseerd, maar onmiddellijk politiek omgebogen. De taal is emotie, opletten geblazen dus. Het NRG erkent emotie als een legitiem aspect, maar zal in zijn uitingen altijd beschaafd blijven. Emotie zal door het NRG stelselmatig worden ge(her)formuleerd als argument, ontdaan van elke agressieve of kwetsende connotatie.

De benadering van beide doelgroepen is, uit de aard der zaak, geheel verschillend.

  1. De politiek-principiële groep vereist een actieve, uitdragende houding van het NRG. De indifferentie van de individuele Nederlander wordt vaak ten onrechte aangezien voor tolerantie. Hoewel, daar kan het Genootschap wel wat mee. Het monarchale systeem wordt getolereerd. Wij gedogen de koning. Dit verschaft een mentale dispositie van numerieke superioriteit die, naar verloop van tijd, onvermijdelijk een eigen dynamiek zal ontwikkelen. Campert: "Jezelf een vraag stellen, daarmee begint verzet. En dan die vraag aan een ander stellen…".

  2. De persoonlijk-scandaleuze groep behoeft, zoals eerder betoogd, in feite niet te worden benaderd. Of deze zichzelf bij het NRG zal melden is echter vooralsnog zeer de vraag. Er staat namelijk een hoge eis voor: waarneembare aanwezigheid. Strategisch mag het dan misschien wel zo zijn dat deze groep geen directe benadering behoeft, ook hier zal het NRG voor iedere millimeter moeten knokken. Deze groep zal van het bestaan van het Genootschap moeten afweten,- strikt genomen moet iedere Nederlander van het bestaan afweten. Een indirecte benadering in omgekeerde zin. Hiertoe zal in het bijzonder een beroep gedaan worden op de afdelingen, die ieder op hun eigen wijze, op lokaal niveau het NRG politiek-sociaal verankeren.

Vanzelfsprekend ligt de scheiding tussen genoemde groepen in de praktijk nooit zo scherp. Ergernis over Maxima's honorering voor haar recente werkzaamheden voor de commissie PaVEM zal in de perceptie van de andere groep als verontwaardiging tot uitdrukking komen: "Wat? Zoveel geld voor 1 dag werk in de week?!" versus "Mmm… wie is deze mevrouw eigenlijk? Is zij wel gekwalificeerd voor dit werk?". In zijn kritiek zal het NRG aan beide aspecten ruimte moeten bieden, waarbij het overigens niet is uitgesloten dit bijvoorbeeld in gescheiden artikelen te doen.

IV. Politiek

Het NRG is in wezen gedwongen een politieke organisatie. Gedwongen omdat het koningschap naar onze mening een onlegitieme politieke functie inhoudt. Politiek-ideologisch beweegt het Genootschap zich hier op het scherp van de snede, immers, het partijpolitieke denken grenst aan of overlapt veelal onze persoonlijke motieven. Uiterste waakzaamheid is hier geboden, een politieke neurose zal echter moeten worden uitgesloten. De - idealiter - partijpolitieke neutraliteit zal te allen tijde gewaarborgd moeten worden. Continue observatie en reflectie op het politieke moment, fixatie van de beginselen. Vermijding van semantisch drijfzand rondom begrippen als democratie. Traditioneel zal politiek-links naar het NRG gedachtegoed neigen, aan het Genootschap de opgave ervoor te zorgen dat alle politieke gezindten zich thuis voelen. Het NRG uit zich nimmer over politieke aangelegenheden die niet direct of indirect verband houden met het monarchale regeringssysteem. Het NRG zal zich weliswaar onophoudelijk politiek uiten, doch nimmer een partijpolitiek standpunt als zodanig onderschrijven.

Voorbeelden van uitdrukkingen: Toetreding Turkije tot Europa, geen mening. Gekozen burgemeester, wel mening.

V. Levensovertuiging

Het Nederlands Koninklijk Huis is staatsrechtelijk Nederlands Hervormd. In die hoedanigheid kan en mag er kritiek ontwikkeld worden door het NRG. Maar ook hier geldt weer dat deze kritiek direct of indirect verband zal moeten houden met het inhoudelijke aspect van het koningschap. Voor zover het deze kern betreft zal het Genootschap zich in abstracte bewoordingen uitdrukken. Evenals de nagestreefde partijpolitieke neutraliteit zal het NRG aan iedere levensovertuiging een thuis moeten bieden. In theorie is het Koningshuis politiek neutraal, daarom is de strategische positie van het NRG dienovereenkomstig. In levensbeschouwelijk opzicht is de kwestie echter zeer precair: de traditioneel gespannen houding van het staatshoofd met het katholieke deel van de Nederlandse bevolking alsmede de modieuze tolerantie en begripsvolle attitude ten aanzien van de exotische religies dwingen het Koninklijk Huis low profile positie te kiezen. Het NRG volgt strategisch. Persoonlijke overtuigingen kunnen en mogen nimmer prevaleren. Een recent voorbeeld: als staatshoofd zal het aanwezigheidsverzuim bij de bijzetting van Johannes Paulus II bekritiseerd worden; de individuele katholiek die zich onrecht voelt aangedaan, zal echter een ander kanaal moeten zoeken tot de uitdrukking hiervan, bijvoorbeeld de kerk. Of het NRG een specifiek geloof onderschrijft is irrelevant en ziet zich derhalve niet gelieerd aan welke levensbeschouwelijke organisatie dan ook. Ofschoon het kerkelijk instituut uit de aard der zaak in het algemeen de beter getalenteerde hagiografen herbergt sluit het NRG dit domein als visvijver niet uit, maar zal zijn primaire aandacht er niet naar uitgaan.

Een voorbeeld: bij de kamervragen die destijds door de kleine christelijke partijen zijn gesteld over tot welk kerkgenootschap een eventuele nakomeling van Alexander en Máxima zal gaan behoren, zal het NRG geen mening uiten. Afhankelijk van het antwoord zal de verbolgen individuele protestantse of katholieke republikein een ander kanaal moeten kiezen voor de uitdrukking hiervan, bijvoorbeeld de kerk. Of het NRG een specifiek geloof onderschrijft is irrelevant en ziet zich derhalve niet gelieerd aan welke levensbeschouwelijke organisatie dan ook. Ofschoon het kerkelijk instituut uit de aard der zaak in het algemeen de beter getalenteerde hagiografen herbergt sluit het NRG dit domein als visvijver niet uit, maar zal zijn primaire aandacht er niet naar uitgaan.

VI. Humor en satire

Het NRG is een Nederlandse organisatie, door en voor Nederlanders. De Nederlander is beroemd (soms ook berucht) om zijn zelfspot. Geen ramp zo groot of de Nederlander maakt er na enige tijd grapjes over, soms zelfs wat minder gepast. De stereotype Nederlandse manier van rouwverwerking. De kynische kern van het verhaal van "De nieuwe kleren van de keizer" belichaamt de ondertoon van het totale stelsel van kritiek van het NRG. Het kynisme als gezonde antipode van de oligarchie van de macht, de bevrijdende lach als wapen. Hoog opgevoerde ironie zijn inmiddels beproefde middelen gebleken om onrecht onder de aandacht te brengen. Het Genootschap volgt deze lijn gretig, doch gedoseerd. We zijn geen cabaretclubje of een stelletje clowns. Maatstaf is verantwoording: juist datgene wat het NRG de koning verwijt, namelijk de staatsrechtelijke absentie van directe verantwoordelijkheid, geldt als uiterste grens. We onderscheiden een breed spectrum dat het scala van uitdrukkingen beschrijft, dat loopt van ironie, satire en persiflage tot aan bijtend cynisme. Het laatste wordt stelselmatig vermeden. Cynisme impliceert, naast de noodzakelijke dubbele moraal, ook een zekere impliciete mentale distantie. Het NRG kenmerkt zich echter door een positie van nabijheid te kiezen, verontwaardiging door betrokkenheid. Die betrokkenheid is een keuze en dient als moreel ijkpunt. Zo zal het nooit gebeuren dat het NRG (persoonlijke) belediging wordt verweten met als enig mogelijk repliek dat 'het slechts een grapje was'.

De monarchale regeringsvorm is altijd subject van kritiek; het NRG waakt er te allen tijde voor de koning tot object van spot te maken. Het Genootschap speelt op de bal, nooit op de man. Ironie wordt uitsluitend gehanteerd als middel, nooit als op zichzelf staand doel. Ironie als middel ter verduidelijking, de contouren van het door het NRG beoogde doel worden vaak op karikaturale wijze pas het duidelijkst. In beeld en geschrift ontmantelt het Genootschap de herhaaldelijke charmeoffensieven van het koningshuis, plaatst het desnoods in een andere context en toont vervolgens de kern.